Sinds 25 mei 2024 is de preventie van musculoskeletale aandoeningen (MSA) geen grijze zone meer in het Belgische welzijnsrecht. Het koninklijk besluit van 19 maart 2024, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 15 mei 2024, herstructureert boek VIII van de codex over het welzijn op het werk, dat voortaan « Ergonomie op het werk en preventie van MSA » heet. Een materie die tot dan slechts zeer gedeeltelijk geregeld was, wordt een volwaardig onderdeel van het preventiebeleid van elke werkgever — een evolutie die de FOD Werkgelegenheid verantwoordt door het grote aantal werknemers dat, vaak langdurig, afwezig is door MSA.
Vier begrippen krijgen eindelijk een definitie
De codex definieert voortaan vier begrippen: ergonomie op het werk, musculoskeletale aandoeningen, musculoskeletale risico's op het werk en de preventieadviseur-ergonoom. Die verduidelijking is niet cosmetisch: ze geeft werkgever, interne dienst en externe diensten een gemeenschappelijke taal en verankert ergonomie in alle welzijnsdomeinen, veel breder dan de historische kwestie van de zitplaatsen — de vroegere titel 1 over werk- en rustzitplaatsen verhuist overigens naar titel 4 van hetzelfde boek.
Een bredere risicoanalyse
De tekst verplicht om rekening te houden met ergonomie vanaf het ontwerpen en inrichten van nieuwe werkposten, én bij het aanpassen van bestaande werkposten. De risicoanalyse moet de biomechanische risicofactoren omvatten die het besluit opsomt:
- het gebruik van kracht en de contactkracht;
- repetitieve bewegingen, hun duur en frequentie;
- werkhoudingen en werkbewegingen.
De aanpak is globaal: de resultaten van risicoanalyses uit andere welzijnsdomeinen — trillingen bijvoorbeeld — moeten worden gekruist met de musculoskeletale risico's. De maatregelen die eruit voortvloeien vormen een preventiebeleid dat de werkgever regelmatig moet evalueren en actualiseren.
Informeren én opleiden: een expliciete plicht
Het besluit verduidelijkt de rol van de preventieadviseur van de interne dienst, de preventieadviseur-ergonoom en de preventieadviseur-arbeidsarts. Vooral: werknemers en het comité voor preventie en bescherming op het werk moeten geïnformeerd en opgeleid worden over de musculoskeletale risico's en de preventiemaatregelen. Voor de werkgever vertaalt die eis zich in opleidingsbeheer: initiële sensibilisering, opfrissessies, traceerbaarheid van deelnames. Precies dat soort opvolging ondersteunt een platform als Remind-R: hernieuwingen gedetecteerd op D-90, D-60 en D-30, en een geconsolideerde conformiteitsmatrix per dienst of vestiging.
De hefboom van Fedris
Stroomafwaarts van de primaire preventie biedt Fedris, het Federaal agentschap voor beroepsrisico's, een preventieprogramma voor lage rugpijn aan werknemers met werkgerelateerde lage-rugklachten: een multidisciplinaire revalidatie van maximaal 36 sessies, gecombineerd met ergonomische interventies en advies op de werkplek, om te voorkomen dat rugklachten chronisch worden en om een duurzame werkhervatting te ondersteunen. Een gelijkaardig programma richt zich op werknemers met vroegtijdige signalen van burn-out. Fedris benadrukt evenwel dat deze programma's het preventiebeleid van de onderneming aanvullen en de wettelijke preventieverantwoordelijkheid van de werkgever niet vervangen.
Ergonomie is dus geen vrijblijvende goede praktijk meer, maar een gestructureerde, gedocumenteerde en geëvalueerde verplichting. Organisaties die er vroeg op inzetten — bij het ontwerp van werkposten én in het opleidingsplan — maken van een reglementaire verplichting een hefboom voor duurzame gezondheid.