Je teams opleiden is niet langer alleen een goede praktijk: in België is het een wettelijk gestructureerde verplichting. De wet van 3 oktober 2022 houdende diverse arbeidsbepalingen — het opleidingsluik van de « arbeidsdeal » — voerde een individueel opleidingsrecht in voor elke werknemer. Dit is wat ze concreet vereist, en wat er begin 2026 veranderde.
Een individueel recht, verankerd in de wet
Elke voltijds tewerkgestelde werknemer geniet een individueel opleidingsrecht: vier dagen in 2023, vijf dagen per jaar vanaf 2024. Dit recht wordt geproratiseerd volgens het arbeidsregime en de tewerkstellingsduur. Zowel formele als informele opleidingen (rechtstreeks verbonden met het werk) tellen mee, met inbegrip van materies rond welzijn op het werk.
Wie is betrokken?
De personeelsdrempel bepaalt de omvang van de verplichting: werkgevers met minstens 20 werknemers moeten de vijf dagen garanderen; wie 10 tot minder dan 20 werknemers tewerkstelt, valt onder een afwijkende regeling van minimaal één dag per jaar, vast te leggen vóór 30 september van elk jaar; werkgevers met minder dan 10 werknemers vallen buiten het toepassingsgebied van de wet, onverminderd sectorale of vrijwillige initiatieven. Een algemeen verbindend verklaarde sectorale cao kan het aantal dagen aanpassen, zonder ooit onder twee dagen te zakken of verworven rechten terug te schroeven.
Niet-opgenomen dagen gaan niet verloren
Het saldo aan niet-opgebruikte dagen op het einde van het jaar wordt overgedragen naar het volgende jaar, zonder het krediet van dat jaar te verminderen. Vanaf 2024 moet elke voltijdse werknemer gemiddeld minstens vijf opleidingsdagen per jaar over een periode van vijf jaar genieten; op het einde van elke periode wordt de teller op nul gezet. Nuttige precisering: wordt een opleiding buiten het gewone uurrooster gevolgd, dan geven die uren recht op het normale loon, zonder overloon.
Het jaarlijkse opleidingsplan, vóór 31 maart
Ondernemingen met minstens 20 werknemers moeten bovendien één keer per kalenderjaar een opleidingsplan opstellen. De kalender is strikt: het ontwerp wordt uiterlijk begin maart meegedeeld, de ondernemingsraad of de vakbondsafvaardiging geeft advies tegen 15 maart, en de inhoud wordt uiterlijk op 31 maart vastgelegd. Het plan omvat formele en informele opleidingen, draagt bij tot het wegwerken van knelpuntberoepen in de sector en besteedt bijzondere aandacht aan werknemers van 50 jaar en ouder, risicogroepen, werknemers van buitenlandse origine en personen met een handicap. Het wordt in de onderneming bewaard en is op eenvoudig verzoek toegankelijk voor de werknemers; tot op vandaag is er geen specifieke sanctie voorzien.
De Federal Learning Account is afgeschaft
De verplichte registratie van opleidingen in de Federal Learning Account (FLA) werd opgeheven door de wet van 14 januari 2026, met uitwerking op 1 januari 2026. Sigedis bewaart de bestaande gegevens tot 31 december 2026, waarna ze definitief worden gewist. De regering kondigde aan tegen 2027 een « Individual Learning Account » te willen invoeren, beheerd los van de werkgevers. Let wel: de afschaffing van de FLA schaft noch het individuele opleidingsrecht, noch het jaarlijkse opleidingsplan af.
Het register bijhouden zonder er een last van te maken
Zonder opgelegd centraal instrument ligt de bewijslast de facto bij de werkgever: wie volgde wat, wanneer, met welk attest? Dat is precies de rol van een opleidingsbeheerplatform zoals Remind-R: een nominatieve historiek van sessies en aanwezigheden, genummerde certificaten die via QR-code verifieerbaar zijn en exports die klaar zijn voor het sociaal overleg — zo documenteer je de vijf dagen zonder rekenblad of dubbele invoer.